Ednerson in HaïtiHet is 6 maanden na de aardbeving als ik in Port-au-Prince tegenover een gezonde, goed geklede jongen van een jaar of 9 zit. Hij glundert en is verlegen tegelijk. Als ik 2 uur later afscheid van Ednerson neem, valt me dat bijzonder zwaar.

Ik stap in een auto en Ednerson loopt met zijn tante naar een bus, waarin hij de urenlange rit naar zijn dorp in het noorden van Haïti gaat maken. Ook hij kan in de hoofdstad zijn ogen niet geloven. In de afgelopen dagen ben ik met fotograaf Eljee door de tentenkampen en verwoeste wijken van Port-au-Prince getrokken. We hebben de gigantische verwoesting van de aardbeving op 12 januari 2010 gezien en kunnen het niet met woorden uitdrukken.

Geen tegenstelling tussen arm en rijk
We hebben in de tentenkampen met mensen gepraat die alles kwijt zijn. Soms ook hun familie. Het gaat nog weken duren voordat ik deze emotionele rollercoaster een plek kan geven. In de meeste ontwikkelingslanden zie je een grote tegenstelling tussen arm en rijk, maar in Haïti niet. En toen kwam de aardbeving.

Het Montana Hotel waar ik 5 jaar geleden in verbleef is er niet meer, dus we slapen deze keer bij een Haïtiaans-Canadees stel thuis. We ontmoeten hulpverleners, moeders, kinderen en dominees. Alles komt voorbij: bitter verdriet, wanhoop, blijdschap en hoop. En op de laatste dag krijg ik de kans om mijn sponsorkind Ednerson, die ik al 5 jaar ondersteun, te ontmoeten.

Een colaatje
Nee, hij kwam me niet met open armen tegemoet rennen. Hij is schuchter, maar zichtbaar trots dat hij voor het eerst van zijn leven in een simpel restaurantje een colaatje zit te drinken. “Bedankt”, zegt hij. “Bedankt dat je mijn leven hebt gered.” Ik schrik en weet niet wat hij bedoelt. Hij begint te vertellen dat hij een paar maanden eerder malaria en tyfus kreeg en in een coma was geraakt. Medewerkers van Compassion hebben hem naar een ziekenhuis gebracht waar hij is behandeld. Zij hebben zijn leven gered.

Een bamboekunstwerk van het paleis
Kunstwerk Paleis van HaïtiMaar volgens Ednerson heb ik dat gedaan. Zonder een sponsor had hij die hulp niet gehad. Ik voel me wat ongemakkelijk bij die mededeling, maar ben vooral blij dat er een stralend joch tegenover mij zit. En dan haalt hij een cadeau onder de tafel vandaan: een bamboekunstwerk van het Nationale Paleis van Haïti. Dat paleis heb ik gisteren nog gezien; het is volledig ingestort. “Dit cadeau wil ik je geven om je te bedanken”, zegt Ednerson. Ik neem het aan en voel me zowel beschaamd als vereerd. En stiekem vraag ik me ook af hoe ik het mee naar huis krijg.

We praten nog wat, en nemen dan afscheid. Daar gaat hij, samen met zijn tante. En dan ineens krijg ik het moeilijk. Ik kan mijn eigen kinderen namelijk ‘de wereld’ geven, maar hem niet. En toch wil ik dat zo graag. Ik had nooit gedacht dat ik het zo diep zou voelen. Mijn kinderen liggen heerlijk in hun bed, en deze jongen stapt in een bus in een land dat er nog nooit zo slecht voor heeft gestaan als nu.

Een kinderlijk geloof dat het wel goedkomt
Vandaag de dag gaat het nog steeds goed met Ednerson. Hij doet het goed op school en wil iets van zijn toekomst maken; dat schrijft hij mij in zijn brieven. Voor mij staat hij symbolisch voor de veerkracht van kinderen. Een kinderlijk geloof in God en een geloof dat het wel goed gaat komen.

Bekijk hier een fotoreportage over de hulp die Compassion in Haïti biedt.

© 2011-2018 Compassion Nederland. Alle rechten voorbehouden.