De ontmoeting. Onbeschrijfbaar. Ik doe een poging, maar weet niet waar ik moet beginnen. Wat een nood. José (spreek uit: Gossee), de jongen die vanuit het project bij ons in de bus stapte om zijn huis te laten zien, ziet eruit als een gezonde, opgewekte, stoere jongen. Ik herkende hem van het dramastuk dat vanochtend door enkele kinderen uit het project werd gespeeld. Hij was erg goed. Later hoorde ik dat hij dit hele dramastuk zelf in elkaar had gezet.
 
Door: Wendy van Amerongen
 
We kunnen op een gegeven moment niet meer verder met de bus. José stapt uit en gaat ons voor naar zijn ‘huisje’. Dan roept hij zijn moeder en hij gaat niet naar binnen voordat ze vanachter een stukje gedeukte golfplaat vol gaten tevoorschijn komt en ons buiten groet. Ze ziet er ‘versleten’, moe, mager en depressief uit. Als ik haar groet komt er echter wel gelijk een reactie. Ze geeft aan dat ze liever buiten bij het huisje met ons praat. Als we even later toch naar binnen mogen zie ik waarom. Dit ‘huisje’ is geen huisje. Het is een regelrechte afvalbende, waar werkelijk alles kapot, vies en afgedankt is. We passen er niet met z’n allen in.
 
Ik wil schreeuwen
Het matras dat in de ruimte ligt dat als woonkamer en keuken dient, is eigenlijk nauwelijks een matras te noemen. Het zijn spiralen met een verschrompeld doek eromheen dat met gaten doordrongen is. De vier kinderen slapen hier samen op. Ik kan het me niet voorstellen. Voorzichtig inspecteer ik het huisje verder. Als ik naar boven kijk zie ik de zonnestralen door de vele gaten naar binnenkomen. Hoe ironisch, denk ik nog. Zonnestralen in deze hopeloze situatie. Maar hoe is het als de zon weg is en plaatsmaakt voor regen?
 
 
Als we stukje bij beetje het verhaal van de moeder horen, bekruipt me een verschrikkelijk gevoel. Een gevoel van machteloosheid. Ergens wil ik heel hard huilen, maar de tranen komen niet. Ergens wil ik heel hard schreeuwen, maar de woede in mij ebt weg. En ik weet ook niet wat ik moet schreeuwen. Ik ben compleet sprakeloos en blokkeer. Het is gewoon te veel. Onmenselijk. Walgelijk. Ik zou hier in dit huisje nog niet eens mijn afval willen dumpen omdat ik kans loop mezelf te verwonden, omdat ik walg van de stank, omdat… het is te veel. Te veel.
 
Ingeruild
Ik zie José aan de andere kant van de kamer staan. Ik kan me niet voorstellen dat hij hier hoort, dat hij in deze verschrikkelijke plaats de nachten doorbrengt. Zijn zusje (die geboren werd met syndroom van down) is inmiddels overleden. Een broertje is door ‘social services’ bij hen weggehaald en aan vader toegewezen. De vader is overigens zelf bij de moeder weggegaan en heeft haar ingeruild voor een nieuwe vrouw. Moeder is misbruikt en verkracht en daardoor is er nog een broertje gekomen.
 
Ik weet het niet meer… wat kan ik doen? Dan stellen we voor te bidden. Als Marcel, de vertaler, in het Spaans voor haar en haar gezin bidt, kan ik opeens weer voelen en staat mijn hart in vuur en vlam om deze vrouw te bemoedigen. Ik bid gewoon in het Nederlands – God spreekt alle talen. Dan komen toch de tranen en vul ik de leegte die ik voel op met bewogenheid.
 
Enorme grijns
Als we even later weer buiten zijn, ga ik een gesprekje aan met een vertaler en José. Ik zeg hem dat hij waardevol is en dat ik heb genoten van zijn toneelspel. Ik vraag hem wat hij wil worden en of hij dromen heeft. Dat heeft hij zeker. José wil later graag iets met techniek doen. Daarnaast vindt hij het ontzettend gaaf om te dichten, liedjes te schrijven en te rappen. Ik word nieuwsgierig en vraag hem of hij een stukje wil rappen. José begint spontaan te rappen voor deze wildvreemde vrouw. Ik voel een overweldigende bewondering in me opkomen en ben trots op deze jongeman die het zichtbaar lukt om het positieve in zijn leven uit te werken, ondanks dat alle omstandigheden tegen hem werken. Er verschijnt een enorme grijns op zijn gezicht als ik zeg dat ik zijn cd zal kopen als die over een paar jaar in de winkel ligt.
 
José, je bent mijn held!
Als we weer op het project aankomen, kan ik José maar niet vergeten. Vandaag mag ik namens de groep het project bedanken voor hun gastvrijheid en harde werk. Dan weet ik opeens wat ik moet doen. Ik roep José nog één keer naar voren en stel hem als voorbeeld voor de vele kinderen die we hebben ontmoet. Als voorbeeld van iemand die ondanks zulke grote nood het beste uit zijn leven haalt. Als voorbeeld dat ik geloof dat hij zijn dromen waar kan maken. Aan het einde komt hij naar me toe, hij bedankt me en geeft me twee brieven. Hij heeft een lied en een gedicht voor me geschreven.
 
 
 
Vandaag vroeg veel, heel veel van mijn emoties en toch had ik deze ontmoetingen voor geen goud willen missen. Hoop doet leven! José, je bent de hoop in deze familie, je bent mijn held!
 
 
Wendy van Amerongen was van 16 t/m 26 februari met Nederlandse sponsors op sponsorreis in de Dominicaanse Republiek. Zij bezochten daar verschillende projecten van Compassion. Kijk voor meer verhalen en foto’s op de weblog van de sponsorreis.
 
Mee op reis?
Wil je ook Compassion-projecten bezoeken of zelfs je eigen sponsorkind  ontmoeten? Dat kan! De volgende sponsorreizen gaan naar:
Brazilië (25 april t/m 6 mei 2012 – meivakantie)
Kenia (22 juni t/m 2 juli 2012)
Bolivia (12 t/m 23 oktober 2012)
Je kunt ook individueel je sponsorkind bezoeken. Kijk voor meer informatie op: www.compassion.nl/bezoeken
 


1 reactie Reageer
  1. mrt 17, 2012
    at 09:46

    Mijn ‘schoonzus’ gaat een halve marathon lopen voor José, hoe gaaf is dat?

© 2011-2018 Compassion Nederland. Alle rechten voorbehouden.