Ik weet nog dat het koud was en miezerde. Ik moet ongeveer acht jaar oud geweest zijn en ik kwam thuis op mijn fietsje. Voor de flat achter ons huis stond een liftje in de bosjes. Precies op de plek waar ik mijn geheime hut had gebouwd. Ik zag dat het liftje vanaf een balkon op de tweede verdieping naar beneden ging en stapte van mijn fietsje om te kijken. Het liftje kwam naar beneden met een TV en even later ook met een magnetron, een stoel, een salontafel en een bank die volledig afgeleefd was. De spullen werden zomaar in de bosjes neergezet. Uit het huis klonk het gehuil van een vrouw.
 
Ik zette mijn fietsje in de schuur en ging naar binnen. Papa en mama waren allebei thuis. Nadat ik een kop thee en wat snoepjes had gekregen vroeg ik wat er aan de hand was met de mevrouw uit de flat. Samen met papa ging ik kijken. Terwijl we toekeken hoe het liftje op- en neer ging legde hij me uit dat deze mevrouw niet ging verhuizen. Deze mevrouw had geen geld meer om alles te betalen en daarom mocht ze haar spullen niet houden. Ik hoorde geen gehuil meer uit de flat, maar intussen was ik zelf wel heel verdrietig. Ik vond het zielig voor de mevrouw, wilde het liftje andersom laten werken en alle spullen weer terugbrengen. Maar dat kon niet. En juist daarom was ik verdrietig. Ik wilde wel, maar het kon niet.
 
Toen ik na het eten nog even buiten mocht spelen was het liftje verdwenen. Er stonden bijna geen spullen meer in het gras. De balkondeur van de mevrouw was dicht en er brandde een lampje achter het gordijn. Ik zie mezelf nog staan voor die grote flat.
 
Toen ik zesentwintig was kwam ik ook thuis. Niet met mijn fietsje, maar met een vliegtuig. Tien dagen lang had ik armoede gezien, geroken, geproefd en geknuffeld in Brazilië en nu stond ik weer op Schiphol. Het was koud en het miezerde. Toen ik thuis kwam en op de bank ging zitten schoten de beelden uit Brazilië aan me voorbij. Ze stapelden zich op in mijn hoofd en werden steeds groter. Met elkaar vormden ze een flat en ik stond ervoor. Klein te zijn. Klein en verdrietig. Want ik wilde er iets aan doen. Ik wilde wel, maar het kon niet.
 
En ieder die nu hoopt op een slotwoord waarin ik zeg dat het wel kan, dat we onrecht uit kunnen bannen en dat het recht zal overwinnen moet ik teleur stellen. Want dat zeg ik nu even niet. Deze is voor iedereen die soms, net als ik, als een klein mensje voor een grote flat staat en het simpelweg even niet kan.
 
Matthijn Buwalda
 


3 reacties Reageer
  1. Wendy
    okt 4, 2012
    at 10:19

    Dank je Martijn! En sterkte met deze gevoelens van ’t is te veel…

  2. Marieke
    okt 5, 2012
    at 21:13

    Zo herkenbaar…

    Mooi verwoord! Dankjewel!

  3. Francoise
    okt 12, 2012
    at 16:26

    Machteloosheid is een eenzame killer, don’t let it get to you Martijn. Hadden we maar alle antwoorden. Jouw reaktie is op zichzelf al mooi.

© 2011-2018 Compassion Nederland. Alle rechten voorbehouden.