Maggie1De Indiase studente Maggie Das verpleegt haar vader. Ze voedt hem, kleedt hem en wast hem. Nog niet zo lang geleden mishandelde haar vader haar stelselmatig. “Maar ik hoop dat hij nog voor zijn dood berouw zal tonen. Ik geloof dat God een plan met ons gezin heeft, dus zorg ik voor hem, in plaats van me voor hem af te sluiten”, vertelt Maggie. De studente was in januari in Nederland en vertelde haar levensverhaal.
 
Door: Martijn Moens
 
Ik ben opgegroeid in de sloppenwijk Nichu in Kolkata. ‘Nichu’  betekent ‘lager’. Niet zozeer omdat het lager ligt, maar vanwege onze lage mentaliteit. De mensen die hier wonen zijn straatarm, en bijna niemand gelooft dat zijn of haar leven kan verbeteren. We hadden een klein huis, zonder toilet en badkamer. Het was er heel luidruchtig: verkeerslawaai, veel ruzies en mensen keken films. Ik praat erover in verleden tijd, maar ik woon nog steeds in hetzelfde huis in dezelfde buurt.
 
maggie2Dromen heeft geen zin
Toen ik jong was, had mijn vader een goede kantoorbaan. Ik hield ik van hem. Maar toen ik opgroeide, merkte ik dat mijn vader er niet voor mij was. Hij heeft nooit van ons gehouden. Hij woonde bij ons in huis, maar dat was dan ook alles. Bijna altijd gaf hij zijn salaris uit aan alcohol en gokken. Toen ik 5 of 6 jaar oud was, raakte hij zijn baan kwijt. Ik wist dat het geen zin had om te dromen. Mijn situatie zou toch nooit veranderen. Er was geen perspectief op een betere toekomst, dus droomde ik niet.
 
Seksindustrie
Toen ik vijf jaar oud was, werd ik opgenomen in een Compassion-project dat door het Leger des Heils werd gerund. Toen ik 15 jaar oud was, vertrok mijn vader. Hij verdween gewoon. We wisten niet waar naartoe en waarom. We ontdekten al snel dat hij schulden had. Zijn schuldeisers begonnen ons vervolgens te bedreigen. Ze dreigden dat ze ons zouden ontvoeren en verkopen aan de seksindustrie. Mijn moeder durfde ons niet meer alleen thuis te laten en bleef de hele dag bij ons. Hierdoor kon ze niet werken en was het eten al snel op. Gelukkig kreeg ik elke dag te eten in het Compassion-project. Ik besloot om mijn lunch stiekem in mijn jurk te vouwen en mee naar huis te nemen.
 

Maggie's vader

Maggie’s vader

Slaan met de riem
Toen ik 18 jaar oud was, dacht ik dat alles mijn schuld was. Dat zei mijn vader vroeger altijd tegen mij. Hij sloeg me, schold me uit en gaf mij de schuld van alle ellende. Op een gegeven moment begon ik het steeds meer te geloven en voelde ik me steeds meer verantwoordelijk. Daarom offerde ik drie jaar lang mijn eten op en gaf ik het aan hen. Toen ik bijna 19 jaar oud was, kwam mijn vader onverwachts terug. Hij was 5 jaar weggeweest. We dachten dat hij misschien was veranderd, dat hij werk had en geld mee naar huis zou nemen. Maar hij was erger verslaafd dan ooit. Hij dronk veel en sloeg mijn broertje met zijn riem. Later begon hij ook mij en mijn moeder vaak te slaan.
 
Ik was kapot
Gelukkig mocht ik meedoen aan het leiderschapsprogramma van Compassion. Dat betekende dat ik mijn droom kon verwezenlijken: onderwijzer worden. Ik wil kinderen helpen, hun situatie begrijpen en een moeder voor ze zijn. Ik kan iets voor ze doen. Toch was dit niet alleen een kans, ik ervoer het ook als een last. Want ik moest veel studeren en kon die tijd dus niet gebruiken om geld voor thuis te verdienen. Overdag zat ik op school, ’s avonds verdiende ik wat geld en ’s nachts studeerde ik.
 
Brieven van mijn sponsors
Mijn vader was boos dat ik verder ging studeren en reageerde dat met zijn riem ook op mij af. Maar mijn leraren in het project waren als vaders en moeders voor me. Ze waren er altijd om naar me te luisteren en me lief te hebben. Ik voelde me in die tijd minderwaardig ten opzichte van de andere kinderen. Maar zij leerden me dat ik er helemaal bij hoorde. Daardoor groeide er geloof in mij dat ik belangrijk ben en iets van mijn leven kan maken. De brieven van mijn sponsors speelden daar ook een heel grote rol in.
 
Maggie5Ik hoop op vergeving
Ondanks alles wat er gebeurd is, wil ik voor mijn ouders zorgen. Mijn vader kan niet meer lopen en praten, doordat hij een aantal beroertes heeft gehad. Daarvoor noemde hij mij een hoer. Dat zei hij omdat ik ‘s avonds niet thuis was en geld verdiende. Toen hij dat tegen me zei, was ik woest. Maar nu zorg ik voor hem. Soms ben ik boos als ik me bedenk wat hij mij heeft aangedaan. Maar ik voel dat God van me vraagt om voor hem te zorgen. ik wil er voor hem zijn tot aan zijn dood. Ik hoop dat hij ons in de laatste periode van zijn leven alsnog zal accepteren en dat hij vergeving vraagt.
 
Gods beloften
Armoede is een virus dat mensen verteert. Het is heel moeilijk om het kwijt te raken. Dat kan alleen als je heel vastberaden bent. Je hebt iemand nodig die de waarheid tegen je blijft zeggen. Als ik het moeilijk heb, denk ik aan Gods beloften. Ik bedenk me dan dat Hij heeft beloofd me nooit alleen te laten en dat Hij goede plannen voor me heeft. Dat helpt me er doorheen. Ook hou ik me voor dat mijn moeilijkheden slechts van korte duur zijn.
 

© 2011-2017 Compassion Nederland. Alle rechten voorbehouden.