Nadat de extreem sterke winden van tyfoon Haiyan eindelijk gingen liggen, besloten John Dave en zijn moeder Melo terug te gaan om te zien wat er over was gebleven van hun hutje. “Ik had niet veel hoop”, vertelt Melo. “Op de weg terug naar huis zag ik dat alle bomen uit de grond waren gerukt. Niets stond meer waar het hoorde. Het was complete chaos.”
 
Het was verdwenen. Hun huis was er niet meer. De meeste huisjes in het kleine stadje Bogo zijn gemaakt van bamboo en hout van kokosnotenbomen. De mensen hadden al niet veel voor de tyfoon en nu is er niets meer over, behalve puin. Maar John Dave stond een grote verrassing te wachten.
 
Zijn favoriete speelgoed, een kleine plastic robot, was nog helemaal heel. Dit gaf hem de moed om meer te zoeken. Hij vond één, twee, drie speelgoedstukken tussen het modderige puin. Hij bleef doorzoeken en uiteindelijk had hij een behoorlijk stapeltje van zijn oude speelgoed teruggevonden.

 

 “Mijn speelgoed is veilig!” vertelt John Dave blij.

 
Het ergste vrezen
Net als John Dave hadden ook de medewerkers van Compassion op de Filipijnen emotionele ups en downs. Nadat tyfoon Haiyan over de centrale regio Visayas had geraasd, vreesden zij het ergste. Iedereen zag de beelden van de verwoestingen die Haiyan had aangericht. Het aantal doden werd door de regering al snel rond de 10.000 geschat. De medewerkers wisten dat veel van de Compassion-kinderen in de zwaarst getroffen gebieden leefden. Niemand zei het hardop, maar ze vreesden overleden sponsorkinderen.

Editorial Photo
 
Tot nu toe zijn er echter nog altijd nog geen meldingen van overleden sponsorkinderen. Wel zijn meer dan 19.000 kinderen en hun gezinnen getroffen door de tyfoon. Van naar schatting 7000 van deze gezinnen is het huis verwoest of zeer zwaar beschadigd. Duizenden leven in tenten of geïmproviseerde huizen, gemaakt van de puinresten van wat ooit hun huis was. Van de 131 projecten in het getroffen gebied, zijn er 45 zeer zwaar getroffen. Dat betekent dat bijna 90% van de huizen en projectgebouwen zwaar beschadigd of volledig verwoest zijn. Nog altijd is er in het hele gebied bijna geen elektriciteit.

Editorial Photo
 
Direct aan de slag
“Iedereen is bezig met overleven”, vertelt Alex Abuda, Compassion-medewerker die verantwoordelijk is voor het gebied. “Ook de kerkleiders, medewerkers en vrijwilligers zijn slachtoffer van het natuurgeweld. En toch zijn ze direct aan de slag gegaan om de kinderen en gezinnen te vinden. Ze proberen ons zo goed mogelijk te informeren over de situatie.”

Editorial Photo
 
Veel Compassion-medewerkers hebben hun huis in Manilla verlaten en zijn naar Cebu vertrokken. Van daaruit coördineren ze de noodhulp en hebben ze contact met de getroffen projecten en partnerkerken. Ze ondersteunen de leiders en medewerkers van projecten op alle mogelijke manieren. In de getroffen gebieden worden verschillende noodhulpgoederen geleverd: kant-en-klaar voedsel, medicijnen, hygiëne artikelen, matten, dekens en kleding. In een hangar in Manilla worden de goederen in de vliegtuigen geladen.

Editorial Photo
 
Grootste uitdaging
“De grootste uitdaging is de communicatie”, vertelt Alex. “De communicatielijnen zijn uitgeschakeld en ook de elektriciteit doet het bijna nergens. Dit maakt het voor onze projectwerkers heel lastig om informatie door te geven. En ook veel wegen die naar de afgelegen Compassion-projecten leiden, zijn nog niet vrijgemaakt van bomen en andere blokkades.”
 
John Dave is vooral heel blij dat hij zijn speelgoed weer heeft gevonden. Hij gaat zo op in het spelen dat hij bijna vergeet dat het huis er niet meer staat. Even kan hij zijn zorgen loslaten en spelen zoals voor de verschrikkelijke tyfoon.
 

© 2011-2017 Compassion Nederland. Alle rechten voorbehouden.